analysis-wholesale-sector

Sectoranalyse: Agrifood

Stabiele vraag, maar grote druk op rendement

De Belgische land- en tuinbouw heeft ook in 2026 en 2027 te maken met een lastige combinatie van hoge kosten, weersrisico’s, strengere milieuregels en onzekere handelsmarkten. De vraag naar voedsel blijft relatief stabiel, maar dat biedt geen garantie voor een gezond rendement op bedrijfsniveau. Vooral bedrijven met hoge schulden, beperkte liquiditeit, weinig ruimte om kosten door te berekenen en een grote afhankelijkheid van één afnemer zijn kwetsbaar. Onze researchafdeling classificeert agrifood wereldwijd én in België als ‘sensitive risk’.

Deze sector-analyse kijkt niet alleen naar vraag, omzet en winstgevendheid, maar ook naar liquiditeit, financieringsbehoefte en veranderingen in de bedrijfsomgeving. Zo wordt zichtbaar hoe klimaat, handel, kosten, regelgeving en technologische veranderingen kunnen doorwerken in de financiële weerbaarheid van bedrijven en hun ketenpartners.

Inhoud artikel

  • Stabiele vraag naar voedsel, maar marges blijven onder druk door hoge kosten, klimaatrisico's en strengere regelgeving.
  • Verduurzaming, technologie en schaalvergroting vragen aanzienlijke investeringen, waardoor verschillen tussen financieel sterke en kwetsbare bedrijven toenemen.
  • Sterk liquiditeitsbeheer en actief creditmanagement worden steeds belangrijker om prijsvolatiliteit, betalingsrisico's en financieringsbehoeften op te vangen.

De Belgische land- en tuinbouw verandert structureel. Het aantal landbouwbedrijven daalde in 2025 met 2% naar 33.307. Tegelijk zijn de overblijvende bedrijven gemiddeld groter geworden: de gemiddelde bedrijfsomvang nam sinds 1980 toe van 12,5 naar 40,3 hectare. Die schaalvergroting kan efficiencyvoordelen opleveren, maar vergroot tegelijk de kapitaalbehoefte, de afhankelijkheid van financiering en de financiële gevolgen van een tegenvallend seizoen.

De sector kent grote regionale en subsectorale verschillen. Vlaanderen kent sterke ketens in varkens, pluimvee, aardappelen, groenten, fruit, sierteelt en intensieve veehouderij. Wallonië is relatief sterker in rundvee, melkveehouderij, akkerbouw en granen. Daardoor werken veranderingen in prijzen, weersomstandigheden, mest- en stikstofbeleid, energieprijzen en exportmarkten niet overal hetzelfde uit.

Voor 2026 en 2027 verwachten we daarom geen duidelijke verbetering. De vraag naar voedingsmiddelen blijft relatief stabiel, maar de marges blijven gevoelig voor energie- en grondstofprijzen, weersomstandigheden, regelgeving en internationale handel. Tegelijk vragen verduurzaming, schaalvergroting en technologie om nieuwe investeringen. Daardoor loopt de financiële ontwikkeling binnen de sector verder uiteen: bedrijven met voldoende schaal, financiële buffers en een sterke marktpositie kunnen investeren en schommelingen beter opvangen, terwijl kwetsbare bedrijven sneller in liquiditeitsproblemen kunnen komen.

De Belgische veeteelt blijft kwetsbaar voor schommelingen in voer-, energie- en mestkosten. Voor varkens- en pluimveebedrijven in Vlaanderen zijn daarnaast de internationale marktprijzen, dierziekten en exportmogelijkheden essentieel. Rundvee- en melkveehouderij in Wallonië hebben te maken met hoge kosten, opvolgingsproblemen en toenemende vereisten rond milieu, dierenwelzijn en stikstof.

Op Europees niveau blijft het beeld gemengd. De Europese Commissie verwacht in 2026 meer melkproductie, hogere pluimveeproductie en een stabiele productie van varkensvlees. De rundvleesproductie daalt daarentegen verder in 2026 en 2027 door een krimpende rundveestapel. Voor Belgische bedrijven betekent dat dat productprijzen op sommige markten steun kunnen bieden, maar dat kosten, regelgeving en afzetzekerheid bepalend blijven voor het uiteindelijke rendement.

Voor toeleveranciers, handelaren, slachterijen, verwerkers en transporteurs kunnen de risico’s in de primaire landbouw snel doorwerken. Wanneer veehouders productie terugschroeven, investeringen uitstellen of stoppen, daalt de vraag naar voer, stallen, machines, diergeneesmiddelen, logistiek en verwerking. De financiële gevolgen raken daarmee de hele keten, niet alleen het boerenbedrijf.

België heeft een sterke positie in aardappelen, verwerkte aardappelproducten, groenten en fruit. De aardappelteelt is belangrijk voor zowel Vlaamse als Waalse landbouwbedrijven en voor een grote verwerkings- en exportketen. Tegelijk is de sector gevoelig voor het weer, opbrengstschommelingen, prijzen op de vrije markt, contractvoorwaarden en beschikbare verwerkingscapaciteit.

Het Belgische aardappelareaal nam in 2025 met 7,2% toe. Door tegelijkertijd hogere opbrengsten steeg de totale aardappelproductie zelfs met 21%. Ook het graanareaal groeide, met 5,3%. Het grotere aanbod vergroot het risico op prijsdruk als de vraag vanuit verwerkers en exportmarkten niet in hetzelfde tempo meegroeit. Bedrijven met vaste contracten, goede opslagfaciliteiten, een gespreide afzet en voldoende financiële ruimte kunnen zulke marktschommelingen doorgaans beter opvangen.

Voor groenten en fruit bieden export en kwaliteit kansen. België behoort tot de grotere Europese exporteurs van groenten en fruit. In 2024 produceerde België circa 1,86 miljoen ton groenten voor de versmarkt en industriële verwerking. Volgens VLAM steeg de Belgische groente-export van januari tot en met september 2025 met 12% naar 650.000 ton. De afzet is vooral gericht op Nederland, Frankrijk en Duitsland, waardoor de sector sterk verweven is met de economische ontwikkeling en koopkracht in de buurlanden.

De markt blijft echter gevoelig voor klimaat en energie. Droogte, hitte, watertekorten, overstromingen, ziekten en plagen kunnen de opbrengst en productkwaliteit snel aantasten. Ook de glastuinbouw houdt last van wisselende energieprijzen en hoge arbeidskosten. Daardoor zijn waterbeschikbaarheid, klimaatbestendige teelten, energie-efficiëntie, verzekeringen en flexibele contracten belangrijker geworden voor de financiële weerbaarheid.

  • Herzie werkkapitaal- en liquiditeitsprognoses op basis van volatiele opbrengsten, hogere financieringsbehoeften en seizoensgebonden kasstromen.
  • Versterk creditmanagement door kredietwaardigheid, betaalgedrag en klantafhankelijkheid structureel te monitoren binnen de keten.
  • Maak investeringen toekomstbestendig met scenario's voor klimaatverandering, verduurzamingsverplichtingen en schommelende inputkosten.

De Belgische agrifoodsector is sterk exportgericht en nauw verbonden met de Europese interne markt. De grootste afzetmarkten liggen in de buurlanden, maar de sector is ook afhankelijk van internationale import van onder meer veevoer, kunstmest, energie, verpakkingen en ingrediënten voor de voedselverwerking.

De internationale context blijft onzeker. Handelsbarrières, dierziekten, sancties, geopolitieke spanningen en verstoringen op belangrijke vaarroutes kunnen de beschikbaarheid en prijs van grondstoffen snel veranderen. Ook aan de exportkant is het beeld gemengd. De waarde van de EU-agrifoodexport daalde in de eerste helft van 2026 met 2% ten opzichte van een jaar eerder, onder meer door lagere exportwaarden van varkensvlees. Tegelijk liep het Europese agrifoodhandelsoverschot verder op.

Voor landbouwbedrijven, handelaren en verwerkers kunnen internationale verstoringen snel financieel doorwerken. Hogere kosten voor energie, veevoer, kunstmest, verpakkingen en transport zetten de marges onder druk, terwijl hogere voorraden en langere levertijden meer werkkapitaal vragen. Tegelijk kunnen bedrijven deze kosten niet altijd volledig doorberekenen aan afnemers, supermarkten en consumenten. Hoe groot de financiële impact is, verschilt sterk per product, contract en marktpositie.

Voor landbouwbedrijven en de voedingsindustrie betekent dit dat prijsrisico’s zich snel door de keten verplaatsen. Hogere kosten voor energie, veevoer, kunstmest, verpakkingen of transport kunnen de marge van primaire producenten, handelaren en verwerkers aantasten. Tegelijk zijn afnemers, supermarkten en consumenten vaak terughoudend bij prijsverhogingen. De mogelijkheid om kosten door te berekenen blijft daarom beperkt en verschilt sterk per product, contract en marktpositie.

De verduurzaming van de Belgische landbouw vraagt de komende jaren forse investeringen. Veehouders moeten onder meer investeren in emissiereductie, mestverwerking en energie-efficiëntie; akkerbouwers en tuinders in waterbeheer, bodemverbetering, precisielandbouw en klimaatbestendige teelten. Dat vergroot de financieringsbehoefte juist in een sector waarin opbrengsten en prijzen sterk kunnen schommelen.

Nieuwe technologie kan de productiviteit verhogen en grondstoffen besparen. Precisielandbouw, sensoren, drones, robots, dataplatforms en AI helpen bedrijven om water, meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en energie gerichter in te zetten. Voor glastuinbouw kunnen energie-efficiënte installaties, warmtenetten, geothermie en duurzame elektriciteit bijdragen aan een lagere kostprijs en lagere uitstoot.

Naast operationele data wordt ook financieel inzicht belangrijker. Een actueel beeld van openstaande vorderingen, betaalgedrag en klantconcentratie helpt bedrijven om liquiditeitsrisico’s eerder te herkennen en gerichter te sturen op werkkapitaal.

De investeringsopgave vergroot wel de verschillen binnen de sector. Grotere bedrijven en bedrijven met een gezonde balans kunnen doorgaans makkelijker investeren. Kleinere landbouwbedrijven en kmo’s hebben vaker beperkte financiële ruimte en lopen meer risico wanneer opbrengsten tegenvallen, betalingen later binnenkomen of financieringskosten oplopen.

Dat maakt een realistische financieringsplanning belangrijk. Bedrijven doen er goed aan investeringen te koppelen aan scenario’s voor energie- en grondstofkosten, oogstopbrengsten, kasstromen en de kredietkwaliteit van belangrijke afnemers.

Agrarische bedrijven investeren vaak al maanden voordat inkomsten binnenkomen: in zaaigoed, voer, meststoffen, energie, arbeid, machines, kassen, voorraden en opslag. De opbrengst hangt vervolgens af van oogsten, kwaliteit, marktprijzen, contractvoorwaarden en het betaalgedrag van afnemers. Voor handelaren, verwerkers en toeleveranciers vergroten hogere voorraden, langere ketens en prijsvolatiliteit eveneens de financieringsbehoefte.

Actief creditmanagement is daarom belangrijk. Bedrijven kunnen hun financiële weerbaarheid versterken door betaalgedrag en kredietwaardigheid van klanten regelmatig te volgen, kredietlimieten en betaaltermijnen te toetsen en de afhankelijkheid van één grote klant, productgroep of afzetmarkt te beperken. Ook heldere afspraken over prijzen, volumes, kwaliteitseisen, betalingstermijnen en de doorberekening van kosten helpen om onverwachte druk op de kasstroom te voorkomen.

Actief creditmanagement verkleint de kans op betalingsproblemen, maar neemt het risico van wanbetaling of faillissement bij een klant niet volledig weg.

Voor bedrijven in de Belgische land- en tuinbouw, handel, verwerking en toelevering kan één grote onbetaalde factuur een flinke impact hebben. Dat geldt vooral wanneer veel kapitaal vastzit in voorraden, gewassen, dieren, grondstoffen of onderhanden werk.

Allianz Trade ondersteunt bedrijven bij het beheersen van dit risico met actuele kredietinformatie over klanten en prospects. Die inzichten helpen bij het bepalen van kredietlimieten, het volgen van betaalgedrag en het herkennen van veranderende financiële risico’s in de keten. Een kredietverzekering kan vervolgens financiële zekerheid bieden wanneer een verzekerde klant niet betaalt. Daarmee beschermt een bedrijf niet alleen zijn handelsvorderingen, maar ook zijn kasstroom en ruimte om te investeren of te groeien.

Meer weten? Een open gesprek met peers of specialisten kan daarbij helpen om scherpte en perspectief te behouden.