De voorbije jaren moesten CFO’s zich aanpassen aan een aaneenschakeling van schokken: de pandemie, verstoorde waardeketens, recordinflatie, stijgende rentevoeten en geopolitieke spanningen.

Veel bedrijven gingen ervan uit dat de grootste onzekerheid zou afnemen zodra de inflatie onder controle kwam. Maar volgens recent onderzoek van onze experts is er mogelijk een diepgaandere verschuiving aan de gang. Niet inflatie, maar beleidsonzekerheid lijkt vandaag steeds vaker de dominante factor te worden die financiële markten en economische verwachtingen beïnvloedt.

Dat heeft niet alleen gevolgen voor beleggers. Het raakt ook aan de manier waarop bedrijven risico’s inschatten, investeringsbeslissingen nemen en zich voorbereiden op een steeds minder voorspelbare omgeving.

Dit vind je in het artikel

Ons onderzoek vertrekt van een opvallende vaststelling. Sinds 2022 bewegen aandelen en obligaties steeds vaker in dezelfde richting. Dat lijkt een technisch gegeven voor investeerders, maar het vertelt een breder verhaal.

Decennialang gold de negatieve correlatie tussen beide activaklassen als een van de fundamenten van risicospreiding. Wanneer aandelen daalden, boden obligaties vaak bescherming. Sinds mei 2022 is de correlatie tussen aandelen en obligaties gemiddeld opgelopen tot +0,77, een situatie die in de voorbije 25 jaar niet eerder zo langdurig werd waargenomen.

Voor CFO’s is de belangrijkste les niet zozeer wat dit betekent voor beleggingsportefeuilles, maar wat het zegt over de economische omgeving. Historische verbanden waarop markten jarenlang konden vertrouwen, blijken minder stabiel dan vroeger.

Na de marktturbulentie van 2022 werd inflatie vaak naar voren geschoven als dé verklaring voor de gelijktijdige terugval van aandelen en obligaties. Dat was logisch. Sterk stijgende prijzen leidden tot hogere rentevoeten, wat druk zette op vrijwel alle financiële activa.

De analyse van onze experts toont echter dat inflatie slechts een deel van het verhaal verklaart. Op basis van 25 jaar data komt beleidsonzekerheid naar voren als de belangrijkste factor achter de gewijzigde correlatie tussen aandelen en obligaties. Handelsconflicten, tariefmaatregelen, geopolitieke spanningen en een minder voorspelbaar beleidskader blijken vandaag een grotere rol te spelen dan veel marktpartijen hadden verwacht.

Dat maakt de huidige situatie fundamenteel anders dan eerdere economische cycli. Inflatie kan afnemen dankzij monetair beleid. Onzekerheid rond geopolitieke ontwikkelingen of internationale handelsrelaties is moeilijker te voorspellen en vaak trager op te lossen. 

Voor bedrijven in België, Nederland en Luxemburg is die conclusie bijzonder relevant. De Benelux is sterk verweven met internationale handel en wereldwijde waardeketens. Daardoor kunnen geopolitieke ontwikkelingen, veranderende handelsrelaties of nieuwe tariefmaatregelen relatief snel doorwerken in bedrijfsactiviteiten.

Wanneer handelsvoorwaarden wijzigen of spanningen tussen grote economische blokken toenemen, blijft dat zelden beperkt tot de financiële markten. Zulke ontwikkelingen kunnen ook invloed hebben op toeleveringsketens, aankoopprijzen, investeringsbeslissingen en financieringsvoorwaarden.

Voor CFO’s onderstreept dit hoe sterk geopolitieke ontwikkelingen vandaag kunnen doorwerken in economische en financiële risico’s.

Wat dit onderzoek bijzonder maakt, is dat de huidige situatie niet wordt beschouwd als een tijdelijke verstoring.

De onderzoekers onderscheiden vijf economische regimes over de voorbije 25 jaar. In vrijwel al die regimes functioneerden obligaties als een effectieve buffer tegen aandelenrisico. Sinds mei 2022 bevindt de markt zich echter in een regime dat wordt gekenmerkt door verhoogde beleidsonzekerheid, hogere rentevoeten en een positieve correlatie tussen aandelen en obligaties. Bovendien heeft dit regime langer aangehouden dan vergelijkbare periodes uit het verleden.

Dat suggereert dat organisaties voorzichtig moeten zijn met het automatisch doortrekken van historische patronen naar de toekomst.

Misschien wel de meest interessante conclusie uit het rapport gaat uiteindelijk niet over aandelen, obligaties of alternatieve beleggingen.

De auteurs ontwikkelden een zogenaamde ‘No-Regret’-strategie: een aanpak die niet is ontworpen voor één specifiek economisch scenario, maar die over verschillende regimes heen robuust moet blijven. Over de onderzochte periode bleek die benadering beter bestand tegen schokken dan strategieën die sterk afhankelijk waren van één marktomgeving.

Voor bedrijven bevat dat een waardevolle les. Veel organisaties bouwen hun plannen nog altijd rond het meest waarschijnlijke scenario. Maar wanneer geopolitieke gebeurtenissen, handelsmaatregelen en beleidswijzigingen steeds meer impact hebben op de economie, wordt een andere vraag minstens even belangrijk: hoe goed is je organisatie voorbereid op verschillende uitkomsten?

De analyse suggereert dat een aanpak die rekening houdt met meerdere scenario’s organisaties beter kan wapenen tegen onverwachte schokken. 

Tegen die achtergrond is het zinvol om enkele fundamentele vragen opnieuw te stellen:

  • Hoe afhankelijk zijn onze activiteiten van internationale handelsstromen?
  • Welke geopolitieke ontwikkelingen kunnen onze kostenstructuur of marges beïnvloeden?
  • Zijn onze risicoanalyses gebaseerd op aannames die vandaag nog relevant zijn?
  • Hoe robuust zijn onze financierings- en liquiditeitsplannen bij langdurige onzekerheid?
  • Hebben we voldoende flexibiliteit ingebouwd om snel te kunnen reageren op onverwachte veranderingen?

Bedrijven die deze vragen regelmatig toetsen, vergroten hun vermogen om met uiteenlopende economische scenario’s om te gaan.

Volgens onze experts zal de traditionele negatieve correlatie tussen aandelen en obligaties waarschijnlijk pas terugkeren wanneer zowel de inflatie verder normaliseert als de huidige beleidsonzekerheid afneemt. Renteverlagingen alleen zullen daarvoor waarschijnlijk niet volstaan. Ook meer stabiliteit in het geopolitieke en handelsbeleid lijkt een belangrijke voorwaarde.

Voor CFO’s ligt daarin misschien de belangrijkste boodschap van dit onderzoek. Jarenlang lag de focus vooral op economische indicatoren zoals groei, inflatie en rente. Die blijven uiteraard cruciaal. Maar de analyse laat zien dat politieke beslissingen, geopolitieke ontwikkelingen en internationale handelsdynamieken steeds meer invloed hebben op financiële risico’s.

De opdracht voor financiële leiders verschuift daardoor van het voorspellen van één toekomst naar het voorbereiden op meerdere mogelijke toekomsten. Want in een wereld waarin beleidsonzekerheid een structurele factor lijkt te worden, is veerkracht misschien wel de meest waardevolle vorm van risicobeheer.