Terwijl West-Europa blijft worstelen met hoge faillissementscijfers, lijkt Nederland voorlopig uit de gevarenzone te blijven. Volgens de nieuwste insolventieprognoses daalt het aantal faillissementen in Nederland in 2026 met 5% tot ongeveer 3.470 bedrijven. Daarmee vormt Nederland een opmerkelijke uitzondering op de bredere Europese trend, waar het aantal faillissementen juist met 4% stijgt.

Toch vertelt dat positieve cijfer slechts een deel van het verhaal. In verschillende sectoren stijgt het aantal faillissementen namelijk alweer, terwijl hogere financieringskosten, aanhoudend hoge energieprijzen en een afkoelende economie bedrijven onder druk blijven zetten. Voor financiële leiders is de boodschap daarom duidelijk: de Nederlandse economie toont veerkracht, maar de risico’s zijn niet verdwenen.

Wereldwijd blijft het aantal bedrijfsfaillissementen toenemen. Na een stijging van 6% in 2025 verwacht men een verdere toename van 5% in 2026 en nog eens 1% in 2027. Daarmee stijgt het aantal faillissementen voor het vijfde jaar op rij.

Ook West-Europa ontsnapt niet aan die trend. Het aantal faillissementen ligt inmiddels 33% boven het gemiddelde van vóór de coronapandemie en bevindt zich opnieuw rond het niveau van de wereldwijde financiële crisis. Vooral Frankrijk en Duitsland trekken de cijfers omhoog. Frankrijk stevent af op ongeveer 71.000 faillissementen in 2026 (+3%), terwijl Duitsland met 25.900 faillissementen (+8%) het hoogste niveau sinds 2013 bereikt.

“We zien in West-Europa geen echte normalisering, maar eerder een langdurig hoog plateau”, zegt Johan Geeroms, onze Director Risk Underwriting Benelux. “De economische groei is te zwak om bedrijven veel extra lucht te geven, terwijl rente, energie- en andere kosten hoog blijven. Vooral in de bouw en in sectoren die energie-intensief zijn, blijft de kwetsbaarheid groot. Dat geldt ook voor sectoren die sterk afhankelijk zijn van consumentenbestedingen en de rentevoet.”

Tegen die achtergrond lijken de Nederlandse cijfers op het eerste gezicht geruststellend. Het aantal faillissementen blijft aanzienlijk lager dan in veel andere West-Europese landen en blijft ook in 2027 onder het gemiddelde van vóór de pandemie.

Maar achter het nationale cijfer ontstaat een ander beeld. Tot en met augustus lag het aantal faillissementen in de bouw 8% hoger dan een jaar eerder. In transport en opslag bedroeg de stijging 11%, terwijl de zakelijke dienstverlening een toename van 16% liet zien. Dat zijn precies de ontwikkelingen waar CFO’s alert op moeten zijn. Een gunstig macro-economisch beeld betekent immers niet dat individuele sectoren of waardeketens dezelfde veerkracht tonen.

“Nederland doet het duidelijk beter dan veel andere West-Europese landen, maar de daling wordt steeds minder breed gedragen”, waarschuwt Geeroms. “De hogere rente en de gematigde economische vooruitzichten blijven bedrijven raken. Daarom verwachten we dat het aantal faillissementen in Nederland in 2027 weer licht stijgt, met ongeveer 3%. Positief is wel dat we daarmee nog altijd ruim onder het gemiddelde van vóór de pandemie blijven.”

De verwachting dat faillissementen wereldwijd voor het vijfde opeenvolgende jaar stijgen, komt niet uit de lucht vallen. De economische groei vertraagt naar verwachting van 3% in 2025 naar 2,6% in 2026. Tegelijkertijd blijven energieprijzen hoog en houden centrale banken de rente langer op een verhoogd niveau dan veel bedrijven enkele jaren geleden verwachtten.

Daar komt nog een belangrijke factor bij: er zijn simpelweg meer bedrijven actief dan voorheen. Tussen 2021 en 2025 nam het aantal actieve ondernemingen met ongeveer 10% toe. Veel van die jonge bedrijven beschikken over beperkte financiële reserves, terwijl minder dan de helft van de nieuwe ondernemingen in Europa de eerste vijf jaar overleeft.

Voor CFO’s vertaalt zich dat in een omgeving waarin financiering duurder blijft, marges onder druk staan en de kans op financiële problemen bij klanten of leveranciers toeneemt.

In een markt waar het aantal faillissementen relatief laag blijft, schuilt een risico: schijnveiligheid. Juist omdat de Nederlandse cijfers gunstig ogen, bestaat de verleiding om risico’s te onderschatten. Terwijl veel bedrijven zich de afgelopen jaren vooral richtten op groei, verschuift de aandacht opnieuw naar weerbaarheid.

Enkele aandachtspunten:

1. Kijk verder dan je eigen balans

Financiële problemen ontstaan vaak elders in de keten. Een faillissement van een klant of leverancier kan een gezonde onderneming onverwacht raken via openstaande facturen, leveringsproblemen of werkkapitaaldruk.

2. Herbekijk je financieringsstructuur

De periode van uitzonderlijk goedkope financiering ligt achter ons. Bedrijven die de komende jaren moeten herfinancieren, doen er goed aan hun rentelasten en liquiditeitsplanning opnieuw door te rekenen.

3. Gebruik vroegtijdige signalen

Betalingsachterstanden, veranderend bestelgedrag, verzoeken om langere betaaltermijnen of dalende kredietwaardigheid kunnen vroege indicatoren zijn van financiële stress bij klanten.

4. Test scenario’s vóór ze werkelijkheid worden

Nu economische groei afzwakt en sectorale verschillen toenemen, wordt scenarioanalyse opnieuw een belangrijk instrument. Welke impact heeft het wegvallen van een top-10 klant? Wat gebeurt er als financieringskosten langer hoog blijven? Hoe gevoelig zijn marges voor stijgende kosten?

Opvallend is dat macro-economische factoren en sectorspecifieke omstandigheden nog altijd veel belangrijker blijken voor faillissementen dan de adoptie van artificiële intelligentie.

Toch zien onderzoekers een opmerkelijke uitzondering. In kleinere en minder gediversifieerde markten kan AI de concurrentiekloof vergroten tussen bedrijven die snel investeren in technologie en organisaties die achterblijven. In België en Zweden, waar de AI-adoptie het hoogst ligt binnen het onderzoek, blijken de meest gedigitaliseerde sectoren ook relatief hoge faillissementscijfers te kennen.

Voor financiële leiders is AI daarom vooral een strategisch vraagstuk. Niet omdat de technologie vandaag al een faillissementsgolf veroorzaakt, maar omdat concurrentievoordeel en productiviteit steeds vaker samenhangen met het vermogen om nieuwe technologie succesvol te implementeren.

Nederland doet het beter dan veel andere Europese landen. Dat is zonder twijfel positief nieuws. Maar achter de dalende faillissementscijfers neemt de druk op bedrijven toe. Sectorverschillen worden groter, financiering blijft duur en economische groei verliest aan kracht. Het gevolg is dat risico’s minder zichtbaar worden, maar niet verdwijnen.

Juist daarom is dit het moment voor CFO’s om vooruit te kijken. Niet naar het gemiddelde faillissementscijfer van Nederland, maar naar de kwetsbaarheden binnen hun eigen klantenbestand, sector en waardeketen. Want in een relatief sterke economie kunnen individuele bedrijven nog steeds onverwacht in zwaar weer terechtkomen.