Waarom CFO's vooral naar capaciteit moeten kijken

Nederland trekt defensiebudget minder snel op

Nederland verhoogt zijn defensie-uitgaven in 2026 minder snel dan de Europese koplopers. Hoewel er maatschappelijk draagvlak bestaat voor een grotere defensie-inspanning, kiest Nederland voor een voorzichtiger groeipad dan landen zoals Polen en de Baltische staten. Voor financiële leiders ligt de belangrijkste les echter niet in de omvang van de defensiebudgetten, maar in een bredere economische realiteit: extra middelen leveren pas resultaat op wanneer voldoende capaciteit aanwezig is om die middelen effectief te benutten.

Die uitdaging beperkt zich niet tot de defensiesector. Ook bedrijven in industrie, technologie, bouw en dienstverlening worden steeds vaker geconfronteerd met dezelfde vraag: hoe vertaal je investeringen naar duurzame groei wanneer productiecapaciteit, talent en toeleveringsketens onder druk staan?

De Europese defensie-uitgaven stijgen naar verwachting van 2,2% van het bbp in 2025 naar 2,3% in 2026. Tegelijkertijd vertraagt het groeitempo van de budgetten aanzienlijk. Na stijgingen van meer dan 20% per jaar in 2024 en 2025 wordt voor 2026 nog een groei van ongeveer 9% verwacht.

Volgens Johan Geeroms, onze Director Risk Underwriting Benelux, is dat geen kwestie van gebrek aan ambitie, maar van uitvoerbaarheid. “Europa heeft de afgelopen jaren enorme bedragen voor defensie vrijgemaakt, maar de politieke ambities lopen sneller op dan de industrie kan bijbenen. Je kunt miljarden extra op de begroting zetten, maar dan staat er morgen nog geen nieuwe fabriek voor raketten of munitie. De bottleneck verschuift van geld naar productie.”

Voor CFO's is dat een herkenbaar vraagstuk. Extra budgetten, investeringsprogramma's of financieringsmogelijkheden creëren pas waarde wanneer organisaties beschikken over voldoende capaciteit om die groei daadwerkelijk te realiseren.

Volgens het onderzoek dreigt Europa zijn eigen defensiedoelstelling van 3% van het bbp tegen 2030 niet te halen. De reden is opvallend: niet het gebrek aan beschikbare middelen, maar de beperkte capaciteit om de geplande investeringen om te zetten in concrete productie.

Ook binnen bedrijven zien we een vergelijkbare dynamiek. Een sterke vraag of een gunstig investeringsklimaat leidt niet automatisch tot groei wanneer productie, logistiek of expertise achterblijven. Voor financiële leiders verschuift de aandacht daardoor steeds vaker van financiering naar uitvoerbaarheid:

  • Is er voldoende capaciteit om toekomstige groei op te vangen?
  • Kunnen leveranciers mee opschalen?
  • Is de benodigde expertise beschikbaar?
  • Blijft de organisatie voldoende flexibel wanneer marktomstandigheden veranderen?

De kwaliteit van de uitvoering wordt steeds belangrijker dan de omvang van het beschikbare budget.

Een van de meest opvallende conclusies uit het onderzoek is dat de orderportefeuilles van de grootste Europese defensiebedrijven inmiddels zijn opgelopen tot meer dan vijf keer hun jaaromzet. Toch blijven investeringen in bijkomende productiecapaciteit relatief beperkt.

Dat lijkt tegenstrijdig, maar vanuit bedrijfseconomisch perspectief is het logisch. “Dat is de paradox. De orderboeken zitten voller dan ooit, maar bedrijven zetten niet onbeperkt nieuwe fabrieken neer. Zo'n investering moet twintig of dertig jaar renderen. Een defensiebedrijf wil daarom weten of de huidige politieke beloftes ook over vijf of tien jaar nog overeind staan. Zolang die zekerheid ontbreekt, blijft een deel van de industrie voorzichtig investeren”, aldus Johan Geeroms.

Voor CFO's onderstreept dit het belang van investeringsdiscipline. De vraag van vandaag is niet noodzakelijk de vraag van morgen. Investeringen die jarenlang rendement moeten opleveren, vereisen voldoende zicht op de langetermijnontwikkeling van de markt.

Naarmate de capaciteit onder druk komt te staan, verschuiven risico's steeds vaker naar de toeleveringsketen. Wanneer vraag sneller stijgt dan productiecapaciteit, nemen afhankelijkheden van gespecialiseerde leveranciers toe en worden vertragingen moeilijker op te vangen. Hierdoor wordt de operationele weerbaarheid van de volledige keten een strategische factor.

Voor financiële leiders betekent dit dat leveranciersbeheer niet langer uitsluitend een operationeel vraagstuk is. De veerkracht van leveranciers heeft rechtstreeks invloed op de continuïteit van productie, de uitvoering van projecten en uiteindelijk ook de financiële prestaties van een onderneming.

Naast productiecapaciteit vormt ook de beschikbaarheid van gespecialiseerd talent een steeds grotere uitdaging. De Europese defensie-industrie telt vandaag naar schatting 650.000 tot 700.000 werknemers, aanzienlijk meer dan enkele jaren geleden. Toch groeien de orderboeken sneller dan de beschikbare expertise. Vooral nieuwe technologieën zoals drones, ruimtevaart en intelligence kampen met personeelstekorten.

Volgens Geeroms wordt dat een structurele uitdaging: “Geld kun je relatief snel beschikbaar stellen, vakmensen niet. Een gespecialiseerde ingenieur voor rakettechnologie, drones of luchtverdediging leid je niet in een paar maanden op. Bovendien moet de defensiesector concurreren met goedbetalende technologiebedrijven. Daardoor dreigt personeel een steeds belangrijkere rem op de Europese herbewapening te worden.”

Voor bedrijven in uiteenlopende sectoren geldt dezelfde realiteit. Toegang tot kapitaal is belangrijk, maar zonder toegang tot de juiste vaardigheden wordt groei steeds moeilijker te realiseren.

Waar Polen en de Baltische staten evolueren richting defensie-uitgaven van 4,5% tot 5,5% van hun bbp, bevindt Nederland zich in de middengroep. De Nederlandse defensie-uitgaven nemen toe met naar verwachting 5% tot 8%, aanzienlijk minder dan in de Europese kopgroep.

Opvallend daarbij is dat het maatschappelijk draagvlak voor extra defensie-inspanningen relatief hoog blijft. Toch vertaalt die steun zich voorlopig niet in een even sterke stijging van de budgetten.

Volgens Geeroms weerspiegelt dat de bredere afweging waar veel landen vandaag voor staan. “Nederland verhoogt zijn defensiebudget, maar doet dat duidelijk voorzichtiger dan landen die dichter bij Rusland liggen. Nederland staat ook voor grote opgaven op andere terreinen, waardoor defensie moet concurreren met andere prioriteiten om extra middelen.”

Ook voor bedrijven is dit herkenbaar. Middelen zijn nooit onbeperkt beschikbaar. Investeringen moeten voortdurend worden afgewogen tegen andere strategische prioriteiten.

De ontwikkelingen in de Europese defensiesector illustreren enkele bredere economische trends:

1. Budgetten alleen zijn niet voldoende
Investeringen leveren pas resultaat op wanneer capaciteit, processen en expertise kunnen volgen.

2. Groei vraagt om langetermijndenken
Volle orderboeken zijn positief, maar vormen op zichzelf geen garantie voor duurzame waardecreatie.

3. Leveranciers worden steeds strategischer
De weerbaarheid van de keten bepaalt steeds vaker de weerbaarheid van de onderneming.

4. Talent beïnvloedt rechtstreeks het groeipotentieel
Beschikbaarheid van gespecialiseerde profielen wordt een cruciale factor voor toekomstige prestaties.

5. Uitvoerbaarheid wordt een concurrentievoordeel
Bedrijven die groei effectief kunnen omzetten in productie, levering en dienstverlening bouwen een voorsprong op ten opzichte van concurrenten.

De discussie over defensie-uitgaven draait vaak om miljarden euro's en politieke ambities. Voor financiële leiders ligt de belangrijkste les echter elders. Europa ontdekt vandaag dat extra budgetten relatief snel kunnen worden vrijgemaakt, terwijl productiecapaciteit, gespecialiseerde expertise en robuuste toeleveringsketens jaren vergen om op te bouwen. Wie erin slaagt die capaciteit tijdig te versterken, creëert een duurzaam concurrentievoordeel. Een inzicht dat niet alleen geldt voor defensie, maar voor iedere organisatie die groei wil omzetten in duurzame prestaties.

Wij volgen dagelijks geopolitieke ontwikkelingen, sectortrends en wereldwijd betaalgedrag. Die kennis zetten we in om jou als CFO te ondersteunen bij het tijdig herkennen van risico’s en het versterken van je vooruitblik, zodat je met vertrouwen beslissingen kunt nemen, ook als de economische mist dichter wordt.