Structureel hoge faillissementen: waarom de CFO minder speelruimte heeft dan gedacht

De acute schok ligt achter ons. Geen nieuwe tsunami. Toch is het financieel landschap allerminst tot rust gekomen. Integendeel: faillissementen blijven structureel hoog en de onderliggende druk neemt verder toe. Niet altijd zichtbaar in één kwartaal, maar wel voelbaar in elke financiële beslissing.

Voor CFO’s van Nederlandse bedrijven is dit een uitdagende fase. De operatie draait en de omzet houdt stand, maar de ruimte voor fouten is kleiner geworden. Kosten blijven hardnekkig hoog en de rente drukt zwaarder op marges en cashflow. Geopolitiek is bovendien geen abstract risico meer, maar een concrete factor die direct doorwerkt in balans en liquiditeit.

Na de forse stijging in 2024 en een gedeeltelijk herstel in 2025 blijft het faillissementsniveau hardnekkig hoog. Voor 2026 wordt opnieuw een stijging verwacht van +6%, gevolgd door verdere oplopende cijfers in 2027 met +2%. Geen piek. Geen ontspanning. Stabilisatie op een hoog niveau.

Zoals Johan Geeroms, onze Benelux Risk Underwriting Director, het verwoordt: “De acute piek ligt achter ons, maar we zitten nu in een fase van structureel hogere faillissementsniveaus: ondernemers krijgen minder uitstel en kampen met hogere kosten.”

Voor een CFO betekent dit dat faillissementen niet langer uitzonderingen in de keten zijn, maar een terugkerend scenario. Dit raakt niet alleen klanten, maar ook leveranciers. En dus je eigen risicoprofiel.

Nederland is sterk afhankelijk van olie en gas. Een langdurige verstoring in het Midden‑Oosten werkt direct door in energiekosten en transportprijzen. Langetermijnmarktprijzen wijzen op niveaus die structureel hoger liggen dan vóór het conflict.

Dat is geen tijdelijk kostenprobleem. Het raakt de kern van de financiële sturingHogere energieprijzen:

  • drukken structureel op margekwaliteit,
  • vergroten de volatiliteit van EBITDA,
  • en verhogen de werkkapitaalbehoefte.

Johan Geeroms is daar expliciet over: “Langdurige verstoring in het Midden‑Oosten slaat keihard neer in de energierekening en de transportkosten. Tel daar een mogelijke tarievenoorlog bij op en je krijgt een uiterst instabiel klimaat.”

Vooral energie‑intensieve en cyclische sectoren lopen hier risico. Niet omdat de vraag instort, maar omdat prijszettingsmacht beperkt is en kosten moeilijk door te berekenen zijn.

Investeren in efficiency en energietransitie is logisch. Soms zelfs onvermijdelijk. Maar het vraagt Capex op een moment waarop cashflow‑voorspelbaarheid cruciaal is.

Hier wringt het. Het uitstellen van capex beschermt op korte termijn de liquiditeit, maar verhoogt op termijn de onderhouds- en vervangingskosten. Efficiëntie neemt af, operationele risico’s lopen op en bij een volgende schok is de organisatie minder wendbaar.

Nú investeren vergroot druk op kasstromen en kan convenantruimte beperken. Uitstellen vergroot toekomstige kwetsbaarheid. Er is geen comfortabele keuze, alleen timing, fasering en begrenzen van risicoDit is geen optimalisatievraag. Dit is schadebeperking.

In dit klimaat vertaalt onzekerheid zich zelden direct in verliezen. Ze kruipt in DSO, voorraden en betaalgedrag. De combinatie van hogere kosten, zwakkere marges en krappere financiële voorwaarden treft vooral bedrijven met structureel hoge werkkapitaalbehoeften.

Dit is waar faillissementen vaak beginnen. Niet op de P&L, maar in de balans.

Strenger kredietbeleid verkleint exposure, maar remt groei. Ruimer beleid ondersteunt omzet, maar vergroot cashflow‑volatiliteit. Geen van beide keuzes is zonder nadeel. En allebei zijn ze verdedigbaar, zolang ze expliciet binnen de risk appetite vallen.

In een omgeving met structureel hogere faillissementsniveaus verandert de rol van risicomanagement. Het gaat niet over het elimineren van risico’s. Die blijven. Het gaat over het beheersen van de impact op cashflow, convenanten en financierbaarheid.

Zonder duidelijke begrenzing van cashflow‑risico, klantblootstelling, marge‑erosie en leverage wordt elke groeikeuze speculatief. Met een duidelijke bandbreedte blijft sturen mogelijk, ook onder druk. Dat is wat het verschil maakt tussen reactief overleven en gecontroleerd doorgaan.

De komende jaren vragen geen grote strategische uitspraken, maar consistente financiële discipline. Niet alles kan. Niet elke klant past. Niet elke investering kan nu.

CFO’s die accepteren dat “structureel hoog” het nieuwe uitgangspunt is, behouden grip. Niet door onbeperkt risico te nemen, maar door keuzes te maken die ook verdedigbaar blijven als de cijfers verder oplopen.

Wij volgen dagelijks geopolitieke ontwikkelingen, sectortrends en wereldwijd betaalgedrag. Die kennis zetten we in om jou als CFO te ondersteunen bij het tijdig herkennen van risico’s en het versterken van je vooruitblik, zodat je met vertrouwen beslissingen kunt nemen, ook als de economische mist dichter wordt.