De concurrentiedruk vanuit Azië blijft een belangrijk risico. China heeft in diverse metaalmarkten veel productiecapaciteit opgebouwd en exporteert grote volumes staal, aluminium en andere metaalproducten naar de wereldmarkt. Dat houdt de prijsdruk in Europa hoog, zeker in segmenten waarin producten relatief goed vergelijkbaar zijn en weinig onderscheidend vermogen hebben.
Tegelijk worden handelsbarrières steeds belangrijker. Importtarieven, anti-dumpingmaatregelen, sancties en exportbeperkingen kunnen handelsstromen plotseling wijzigen. Voor Nederlandse bedrijven die grondstoffen of halffabricaten importeren, leidt dit tot onzekere beschikbaarheid, hogere inkoopkosten en langere levertijden.
Voor metaalbedrijven betekent dit niet alleen onzekerheid over beschikbaarheid en inkoopprijzen, maar ook veranderende kredietrisico’s in de keten. Hogere voorraden, langere levertijden en prijsvolatiliteit vergroten het werkkapitaalbeslag en kunnen de financiële positie van klanten en leveranciers onder druk zetten.
Ook het Europese mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens, CBAM, verandert de markt. Sinds 1 januari 2026 geldt de definitieve CBAM-fase voor onder meer de import van ijzer, staal en aluminium. Het mechanisme moet voorkomen dat Europese producenten die voor hun CO₂-uitstoot betalen, worden weggeconcurreerd door koolstofintensieve import uit landen met een lagere of geen CO₂-prijs.
Voor importeurs nemen de administratieve verplichtingen toe en dat geldt ook voor hun financiële verantwoordelijkheid voor de CO₂-uitstoot van geïmporteerde goederen. Voor goederen die in 2026 worden ingevoerd, hoeven de bijbehorende CBAM-certificaten pas vanaf februari 2027 te worden gekocht. Dan vindt dus de financiële afrekening plaats. Daarmee wordt de CO₂-uitstoot steeds nadrukkelijker onderdeel van de kostprijs van geïmporteerd staal en aluminium.